Nieuw-West

Buurtcampus Nieuw-West: ‘Wij zitten in de haarvaten van de wijk’

De Buurtcampus werkt samen met de Openbare Bibliotheek Amsterdam (OBA) en is sinds deze samenwerking gevestigd op drie bibliotheeklocaties: OBA Linnaeus in Oost, OBA Ganzenhoef in Zuidoost, en OBA Geuzenveld in Nieuw-West. Rinke van Couwelaar is oud-projectleider bij de Buurtcampus en inmiddels met pensioen. Hij vertelt graag over het uiterlijk van de Buurtcampus en welke ideeën daarachter schuilgaan.

‘Eigenlijk kennen wij hier iedereen’

Versterken en verbinden

Het weekprogramma van de Buurtcampus in Nieuw-West is divers: de Wegwijssalon helpt bezoekers met welke vraag dan ook; het Taalcafé stimuleert het oefenen van de Nederlandse taal; Hulp bij digitaal helpt – zoals de titel al zegt – buurtbewoners digitaal vaardiger te worden. HvA-studenten van verschillende studierichtingen ondersteunen bewoners door hun kennis, opgedaan in de collegebanken, in de praktijk te brengen. Dat is geen éénrichtingsverkeer: de studenten leren op hun beurt veel van de bewoners zelf en zien zo op de Buurtcampus met eigen ogen wat werkt – en wat niet.

Nieuw-West is de Buurtcampuslocatie met de meeste vaste programma’s. De Buurtcampus in Nieuw-West houdt zich veel bezig met het bestrijden van kansenongelijkheid in het onderwijs – iets waar leerlingen met een uitdagende sociale achtergrond of thuissituatie onevenredig vaak de dupe van zijn. Twee programma’s van de Buurtcampus Nieuw-West, de Bonusklas en de Keukentafel, zijn hier specifiek op gericht. Mieke: ‘De Bonusklas richt zich op spelenderwijs leren voor kinderen uit groep drie tot en met zes. Ze vergroten hun woordenschat, leerplezier en sociaal-emotionele vaardigheden, en ontmoeten kinderen van andere scholen uit de buurt. In groepjes van ongeveer twaalf worden ze begeleid door studenten Toegepaste Psychologie, Social Work en Pedagogiek.’

Per jaar doen tachtig gezinnen uit de buurt mee aan De Keukentafel. Dit is een multidisciplinair programma waarbij eerstejaarsstudenten van diezelfde opleidingen ondersteuning bieden aan een gezin. ‘Daarbij leggen we de focus niet alleen op het kind, maar ook op de ouders. We willen de ouders er graag bij betrekken: we hopen dat die ook meer zelfvertrouwen krijgen. Vaak zeggen ouders tegen ons: “Doen jullie het maar, jullie weten het vast beter,” omdat ze bijvoorbeeld onzeker zijn over hun kennis van het Nederlands. Wij hopen juist hun thuisbetrokkenheid te vergroten, door ze te stimuleren om educatieve spelletjes te doen die makkelijk onderdeel kunnen zijn van de dagelijkse routine van een druk gezin – tijdens het koken oefenen met het berekenen van de hoeveelheid ingrediënten, bijvoorbeeld –, of de kinderen voor te lezen in hun moedertaal.’

Terwijl wij koffiedrinken luistert een grote groep studenten in de OBA aandachtig naar een powerpointpresentatie van hun docent. Het zijn vierdejaarsstudenten Bestuurskunde, die in het projectvak De Rechtvaardige Stad onderzoek doen naar de publieke dienstverlening van de gemeente. Ze kijken naar de toegankelijkheid van diensten: hoe verloopt de interactie tussen burger en overheid? De andere projecten van de Buurtcampus dienen af en toe – soms geheel toevallig – als voedingsbodem. Barbara: ‘Studenten zien bijvoorbeeld, in de Wegwijssalon, precies waar iemand tegenaan loopt bij een aanvraag voor het kwijtschelden van de gemeentebelasting. Die praktijkervaring kunnen ze dan weer meenemen naar De Rechtvaardige Stad.’

Lokaal aan het werk

De Buurtcampus is er om mensen uit de buurt te ondersteunen, en is er ook voor studenten, docenten en onderzoekers van de HvA. Barbara: ‘Het mooie van de Buurtcampus is dat we hier heel lokaal aan het werk zijn.’ Ze wijst om zich heen: ‘Eigenlijk kennen wij hier iedereen. Als er dus vanuit het onderwijs wordt gevraagd of wij “misschien iemand kennen die…”, dan is dat vaak ook zo.’ Mieke: ‘Wij zitten in de haarvaten van de wijk.’